KOMAF MAKEN MET ‘FAKE HONEY

Morgen stemt het Europees Parlement over een uitgebreid rapport over de toekomst van de apicultuur. Tom Vandenkendelaere (CD&V), lid van de landbouwcommissie, is duidelijk: “We moeten onze honingtelers beschermen door komaf te maken met die ‘fake honey’. Tegelijk moeten we de bijen zelf beschermen door de écht schadelijke stoffen te verbieden. Ik reken daarvoor op de wetenschappelijke expertise van het EFSA.”

REGELS OVER DE TRACEERBAARHEID VAN HONING MOETEN STRENGER

“Na fake news is er nu ook de ‘fake honey’. Deze valse honing, voornamelijk afkomstig uit China, sluipt de Europese markt binnen met desastreuze gevolgen: tussen 2014 en eind 2016 halveerde de prijs van échte Europese honing waardoor de honingtelers hun inkomen drastisch zien dalen. Erger nog, soms wordt fake honey zelfs vermengd met Europese honing van hoge kwaliteit zodat je helemaal niet meer weet wat je op je bord krijgt. Daarom moeten de regels over de traceerbaarheid van honing strenger en moeten we betere testen ontwikkelen om valse honing te detecteren. Ik wil échte honing op mijn pannenkoeken.”

OMVANGRIJK RAPPORT OVER DE SCHADELIJKHEID VAN NEONICOTINOÏDEN

Net op dit moment laait de discussie terug op over het gebruik van neonicotinoïden in de gewasbescherming en de effecten daarvan op de bijenpopulatie. Vanmorgen publiceerde het Europese Voedselveiligheidsautoriteit(EFSA) nog een omvangrijk rapport over de schadelijkheid van deze producten.

REACTIE TOM VANDENKENDELAERE

Voor mij staat in deze discussie de wetenschap voorop. Als EFSA nu aantoont dat bepaalde neonicotinoïden effectief nefast zijn voor de bijen dan moeten we daar van af. Maar dat wil niet zeggen dat nu meteen àlle gebruik van neonicotinoïden op de schop moet. In de suikerbietenteelt bijvoorbeeld zijn niet onmiddellijk goede alternatieven voorhanden. Een verbod zou tot 20% omzetverlies lijden terwijl in dit geval het gebruik geen aantoonbare gevolgen heeft voor de bijen. Gezond verstand lijkt me hier op zijn plaats. We moeten in elk geval investeren in alternatieven die echt werken. In sommige gevallen bijvoorbeeld werkt een grotere teeltrotatie uitstekend en door specifieke monitoring kunnen we in veel gevallen heel goed voorspellen hoe kwetsbaar bepaalde teelten in sommige regio’s zijn. Een goed voorbeeld is de maïsteelt in Noord-Italië.” 

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.